‘Protesterende jongeren’ rammen winkeleigenaren in elkaar en plunderen hun winkels


 

Tijdens de recente protesten in Frankrijk is de situatie op meerdere plaatsen volledig uit de hand gelopen. Wat begon als demonstraties tegen de stijgende kosten van levensonderhoud en de verslechtering van publieke voorzieningen, mondde op 17 en 18 oktober uit in grootschalige plunderingen, vernielingen en gewelddadige confrontaties. In steden als Parijs, Lyon, Marseille en Bordeaux werden winkels opengebroken, winkelruiten ingeslagen en goederen massaal meegenomen. Ook openbare gebouwen en voertuigen werden aangevallen en in brand gestoken. De beelden van de verwoesting laten zien hoe groot de schade is die in korte tijd is aangericht.

Bij het zien van deze beelden dringt zich een belangrijke vraag op: wanneer houdt protesteren op en begint doelbewuste criminaliteit? Wie een winkel binnendringt om goederen te stelen, een gevel vernielt of brand sticht, is niet simpelweg zijn ongenoegen aan het uiten. Dat is plundering en vernieling. De beelden tonen gemaskerde groepen die doelgericht winkels aanvallen en met buit vertrekken. Het is daarom begrijpelijk dat mensen deze gebeurtenissen niet langer als gewone protesten beschouwen, maar als rellen waarbij sommige deelnemers de chaos bewust aangrijpen om schade aan te richten en goederen te stelen. Dat neemt niet weg dat de meerderheid van de demonstranten vreedzaam kan zijn geweest.
 

‘Protesterende jongeren’ rammen winkeleigenaren in elkaar en plunderen hun winkels

 

Voor winkeleigenaren zijn de gevolgen bijzonder schrijnend. Achter iedere vernielde winkelruit staat een ondernemer die mogelijk jarenlang heeft gewerkt om een zaak op te bouwen, investeringen heeft gedaan en afhankelijk is van de inkomsten om zijn gezin te onderhouden. Sommige ondernemers probeerden hun winkels zelf te beschermen en raakten daarbij verwikkeld in fysieke confrontaties met plunderaars. Ook journalisten die verslag deden van de gebeurtenissen werden aangevallen. Volgens Euronews werden tientallen vestigingen van grote winkelketens getroffen en liep de schade voor alleen al de getroffen Carrefour-winkels op tot meer dan tien miljoen euro aan herstelkosten. Voor kleinere zelfstandigen kan één nacht van geweld voldoende zijn om hun levenswerk ernstig in gevaar te brengen.

De woede over economische problemen of overheidsbeleid kan een demonstratie verklaren, maar rechtvaardigt nooit het beroven van ondernemers, het mishandelen van mensen of het in brand steken van gebouwen. Wanneer groepen jongeren bewust winkels bestormen, spullen meenemen en geweld gebruiken tegen iedereen die hen probeert tegen te houden, is er geen sprake meer van vreedzaam protest, maar van crimineel gedrag dat hard moet worden aangepakt. De verantwoordelijken moeten individueel worden geïdentificeerd en vervolgd, ongeacht hun politieke overtuiging of achtergrond. Tegelijkertijd mag niet iedere jonge demonstrant over één kam worden geschoren: de verantwoordelijkheid ligt bij degenen die daadwerkelijk plunderen, vernielen of geweld plegen. Een samenleving waarin mensen niet meer veilig hun winkel kunnen openen of hun eigendommen kunnen beschermen, heeft een ernstig probleem dat niet met slogans of verdere vernielingen wordt opgelost. Afschuwelijke beelden: