Tanktoeristen die met volle jerrycans benzine uit Duitsland of België Nederland binnenrijden, zouden volgens de regels accijns moeten betalen. Bij een maximale hoeveelheid van zo’n 240 liter komt dat neer op ongeveer 201,60 euro aan verschuldigde belasting. In de praktijk gebeurt dat echter nauwelijks en grootschalige controles ontbreken vrijwel volledig. Dat roept de vraag op hoe deze situatie kan blijven bestaan.
De prijsverschillen spelen daarbij een grote rol. Benzine is in België gemiddeld zo’n 50 cent per liter goedkoper en in Duitsland ongeveer 30 cent. Wie 240 liter meeneemt, kan daardoor tientallen tot meer dan honderd euro besparen. Officieel geldt er een accijnstarief van 84 cent per liter wanneer brandstof op een ‘atypische manier van vervoer’ wordt meegenomen, zoals in volle jerrycans in de kofferbak. Volgens de Belastingdienst moet daar in principe aangifte van worden gedaan, anders kan bij controle alsnog naheffing of een boete volgen die kan oplopen tot 100 procent van het bedrag.
Accijns betalen over een tankbeurt in het buitenland. Blijkbaar moet dat
Toch gebeurt dat vrijwel nooit. De Belastingdienst erkent dat particulieren in de praktijk geen spontane aangifte doen en dat er nauwelijks specifieke controles zijn vanwege beperkte capaciteit. De douane geeft aan dat extra handhaving niet rendabel is, omdat de kosten van controle waarschijnlijk hoger zijn dan de opbrengsten. Volgens experts, zoals fiscaal econoom Arjan Lejour van de Universiteit van Tilburg, is het systeem daardoor in feite niet effectief. Hij stelt dat het probleem vooral zit in de grote accijnsverschillen binnen Europa en dat strenger optreden of zelfs verbieden logischer zou zijn dan proberen te handhaven op een regeling die nauwelijks wordt nageleefd.
