De wolf heeft steeds meer invloed op het gedrag van wilde dieren op de Veluwe. Uit waarnemingen van de Faunabeheereenheid Gelderland blijkt dat wilde zwijnen, edelherten en reeën zich aanpassen aan de aanwezigheid van het roofdier. Ze zijn alerter, laten zich minder zien en veranderen de momenten waarop ze door het gebied trekken. Op de Veluwe leven inmiddels naar schatting bijna honderd wolven, verdeeld over meerdere roedels.
Vooral wilde zwijnen vertonen opvallend gedrag. Ze trekken vaker in grotere familiegroepen, waardoor ze gevaar eerder kunnen opmerken en hun jongen beter beschermen. Soms zoeken ze zelfs bescherming tussen grote grazers, zoals Schotse hooglanders. Reeën kiezen een andere strategie: ze laten zich minder zien en zijn vaker in de avond en nacht actief om wolven te ontlopen.
Dieren op Veluwe passen gedrag aan op wolf: Edelhert pakt wolf snoeihard aan!
Ook edelherten lijken voorzichtiger te zijn geworden. Hindes verbergen hun pasgeboren kalveren op beschutte plekken, soms aan de rand van hun leefgebied. Volgens deskundigen worden de jongen bovendien minder vaak gezoogd om te voorkomen dat hun schuilplaats wordt ontdekt. Doordat herten zich anders door het bos bewegen en minder op open plekken grazen, krijgen jonge bomen en struiken mogelijk meer ruimte om te groeien.
De veranderingen hebben ook gevolgen voor het natuurbeheer. Omdat dieren zich vaker verbergen en hun gedrag aanpassen, worden tellingen lastiger. Minder waarnemingen betekenen niet automatisch dat er minder dieren zijn. Daarom onderzoeken wetenschappers met GPS-zenders hoe wolven, hoefdieren en mensen elkaar beïnvloeden. Hoewel de eerste bevindingen wijzen op duidelijke gedragsveranderingen, is meer onderzoek nodig om vast te stellen hoe groot de gevolgen voor de natuur op de Veluwe precies zijn.
