Accijns op benzine omhoog, maar er komen ook Europese heffingen aan: ‘Wen maar aan €2,50 per liter!’

 

Sinds de eerste dag van 2026 betalen automobilisten in Nederland weer iets meer aan de pomp voor. De accijns op benzine steeg met 5,6 cent, diesel met 3,6 cent en lpg met 1,3 cent. Eigenlijk zou de prijs nu stabiel blijven, maar een krappe meerderheid van de Tweede Kamer besloot anders. Het extra geld wordt gebruikt om de bezuinigingen op het openbaar vervoer wat te verzachten. Veel mensen gingen daarom eind december nog snel tanken: pompstationhouder Martin van Eijk zag zijn omzet op oudjaarsdag met 30 procent stijgen. “Er zijn dus best wat mensen die voor een paar euro nog even zijn gaan tanken,” vertelt hij lachend.

Twee derde van wat je aan de pomp betaalt, gaat direct naar de staatskas, bijvoorbeeld voor wegen en infrastructuur. “Dat deel zal waarschijnlijk niet kleiner worden, eerder groter, want de overheid heeft het geld gewoon nodig,” zegt Paul van Selms van United Consumers. De accijnskorting die tijdens de energiecrisis werd ingevoerd zorgt er nog wel voor dat benzine zo’n 18 tot 19 cent goedkoper is dan zonder de korting, maar de vraag is hoe lang dat nog zo blijft. Politiek gezien blijft het een lastig vraagstuk: doorgaan of afbouwen?

 

Europese heffingen op benzine en biobrandstof zorgen voor extra druk

 

Naast de nationale accijns staat er vanaf 2028 ook Europees ingrijpen op stapel. Het emissiehandelssysteem ETS-2 dwingt brandstofleveranciers certificaten te kopen, waardoor benzine mogelijk 10 tot 13 cent duurder wordt. Bovendien wordt biobrandstof stapsgewijs verhoogd tot meer dan 22 procent in 2028, wat de prijs verder opdrijft. “Tanken wordt minder aantrekkelijk, maar mensen zijn afhankelijk van hun auto en die zullen we blijven bedienen,” aldus Van Eijk. ING-econoom Rico Luman verwacht dat de olieprijs meevallen, maar waarschuwt dat de belastingdruk de prijs aan de pomp de komende jaren toch flink zal opjagen.