De Universiteit van Oxford ligt onder vuur vanwege een opvallende docent die ondanks de nodige kritiek gewoon voor de klas blijft staan. Het gaat om Matt Rattley, docent biochemie aan St Hilda’s College. Rattley verschijnt tijdens het lesgeven met opvallend grote siliconenborsten, laag uitgesneden kleding, make-up en nagellak. Volgens berichtgeving draagt de docent deze borstprothesen inmiddels al ongeveer drie jaar. Ook dit studiejaar zijn er opnieuw foto’s opgedoken waarop Rattley met de opvallende verschijning in een collegezaal te zien is.
De kledingkeuze heeft inmiddels tot meerdere klachten geleid. Op 28 april trok de ouder van een studente aan de bel bij het collegebestuur. Die maakte zich zorgen over de professionele grenzen en vroeg zich af of studenten zich nog wel prettig kunnen voelen tijdens de colleges. Enkele dagen later dienden drie oud-studentes gezamenlijk een klacht in. Zij omschreven de kleding als sterk geseksualiseerd en vonden dat deze intimiderend en ongepast kon overkomen. Op 18 mei volgde nog een klacht over de geldende gedrags- en kledingregels.
Oxford-docent mag ondanks ophef met enorme boezem voor de klas blijven staan
Het bestuur van St Hilda’s reageerde uiteindelijk op 2 juni met een algemene verklaring over vrijheid van meningsuiting, inclusiviteit en respect. Daarmee waren de klagers niet bepaald gerustgesteld. Volgens hen werd er nauwelijks ingegaan op de concrete zorgen. Ook de universiteit benadrukt dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn, maar stelt tegelijkertijd dat docenten professionele normen moeten naleven en studenten met respect moeten behandelen. Studenten die problemen ervaren, kunnen daarvoor de officiële klachtenprocedures gebruiken.
De kwestie zorgt inmiddels ook buiten Oxford voor flinke discussies. Waar de ene groep vindt dat een docent de vrijheid moet hebben om zichzelf te uiten, vragen anderen zich af waar de grens ligt tussen persoonlijke expressie en professionele verantwoordelijkheid voor de klas. Daarbij gaat het volgens de critici niet alleen om de kleding van Rattley, maar ook om de vraag of studenten zich vrij voelen om daar bezwaar tegen te maken. Rattley zelf heeft vooralsnog niet publiekelijk gereageerd op de ontstane ophef. Eén ding is duidelijk: de discussie over inclusiviteit, vrijheid en wat passend is in een collegezaal is voorlopig nog niet voorbij.
