Duizenden Nederlandse supporters die zingend en dansend door de straten van Amerikaanse WK-steden trekken: voor veel fans hoort het inmiddels onlosmakelijk bij een eindtoernooi. Toch is niet iedereen gecharmeerd van de inmiddels beroemde Oranjemars. Vooral oud-international Wim Kieft liet weten weinig met het fenomeen te hebben. Volgens hem vindt hij de mars “verschrikkelijk” en begrijpt hij niet goed waarom er zoveel aandacht voor is. Ook Pierre van Hooijdonk liet zich eerder kritisch uit over de massale supportersoptochten.
De opmerkingen vielen niet bij iedereen in goede aarde. Vooral columnist Angela de Jong haalde stevig uit naar de analisten. Zij wees erop dat Amerikaanse media juist enthousiast reageren op de Nederlandse supporters en vond het onbegrijpelijk dat daar vanuit Nederland zo neerbuigend over werd gedaan. Volgens haar mogen voetballiefhebbers juist blij zijn dat duizenden supporters de moeite en kosten nemen om hun land aan de andere kant van de wereld te steunen.
Oranjemars zorgt blijkbaar ook voor kritiek
Ook buiten de media kreeg de kritiek veel tegengas. Voormalig trainer Robert Maaskant noemde het vreemd om lacherig te doen over supporters die veel geld uitgeven en duizenden kilometers reizen voor hun nationale ploeg. Daarnaast spraken meerdere voetbalvolgers op sociale media hun onbegrip uit over de kritiek. Volgens hen zorgt de Oranjemars juist voor unieke beelden en draagt die bij aan de reputatie van Nederlandse supporters wereldwijd.
Opvallend genoeg lijkt de discussie vooral in Nederland te spelen. In de Verenigde Staten worden de oranje supportersmassa’s juist gezien als een van de kleurrijkste onderdelen van het WK. Lokale media besteedden uitgebreid aandacht aan de duizenden Nederlanders die complete stadscentra tijdelijk oranje kleurden. Terwijl sommige analisten het afdoen als een vorm van carnaval, zien veel Amerikanen het juist als een indrukwekkend voorbeeld van supporterscultuur. Daardoor heeft de kritiek uiteindelijk misschien wel het tegenovergestelde effect gehad: de Oranjemars kreeg er alleen maar meer aandacht door.
