We zijn er nog lang niet: ‘Benzine, energiecontracten en huizen worden flink duurder’

 

Nederlanders dreigen de komende maanden opnieuw flink meer te gaan betalen voor hun vaste lasten. Economen van RaboResearch waarschuwen dat de aanhoudende spanningen in het Midden-Oosten kunnen leiden tot fors hogere energieprijzen. Volgens de nieuwste prognoses kan een liter benzine deze zomer stijgen naar 2,82 euro, terwijl huishoudens die later dit jaar een nieuw energiecontract afsluiten rekening moeten houden met een maandbedrag van ongeveer 270 euro. Dat is zo’n 40 euro meer dan de huidige gemiddelde energierekening van circa 230 euro per maand. Ook de inflatie loopt volgens de economen verder op naar 3 procent dit jaar en mogelijk 3,9 procent in 2027, waardoor de koopkracht onder druk komt te staan.

De hogere energieprijzen raken volgens deskundigen niet alleen automobilisten en huishoudens. Omdat energie een belangrijke kostenpost is voor bedrijven, worden ook boodschappen, producten en diensten duurder. Tegelijkertijd stijgt de werkloosheid naar verwachting richting 4,5 procent in 2027 en verwachten economen dat de lonen de prijsstijgingen niet volledig kunnen bijhouden. Daardoor dreigt volgend jaar een koopkrachtdaling van ongeveer 0,7 procent. Vooral sectoren als transport, industrie, landbouw en bouw krijgen het volgens economen zwaar door de stijgende kosten en economische onzekerheid.

 

Benzine, energiecontracten en huizen worden flink duurder

 

Daar komt nog een ander probleem bij: de Nederlandse woningmarkt blijft kampen met grote tekorten. Hoewel er meer bouwvergunningen worden afgegeven, waarschuwen provincies, bouwbedrijven en marktpartijen al langer dat veel projecten vertraging oplopen door stikstofproblemen, lange vergunningstrajecten en een overvol elektriciteitsnet. Voor honderdduizenden geplande woningen bestaan zorgen over de voortgang, terwijl Nederland nog altijd kampt met een groot woningtekort. Als de bouwproductie achterblijft terwijl de vraag hoog blijft, verwachten veel kenners dat de huizenprijzen eind 2026 en in 2027 opnieuw verder zullen stijgen. Daarmee dreigt voor veel Nederlanders een dubbele tegenvaller: hogere maandlasten én een woningmarkt die opnieuw moeilijker bereikbaar wordt.