De benzineprijs in Nederland heeft op Bevrijdingsdag een nieuw record bereikt. De landelijke adviesprijs voor Euro95 ligt inmiddels rond de 2,64 euro per liter, wat het tanken duurder maakt dan ooit. Vooral langs de snelweg betalen automobilisten deze hoge prijs, al liggen de tarieven bij goedkopere tankstations vaak iets lager. Toch merken veel Nederlanders dat autorijden de laatste maanden flink duurder is geworden.
Opvallend is het grote prijsverschil met Duitsland, waar benzine door accijnsverlagingen op veel plekken onder de 2 euro per liter ligt. Dat zorgt ervoor dat automobilisten massaal de grens overgaan om goedkoper te tanken. Nederlandse pomphouders, vooral in grensregio’s, zien daardoor klanten verdwijnen en trekken al langer aan de bel over de concurrentiepositie. Tegelijk blijven internationale spanningen, zoals in het Midden-Oosten en rond de Straat van Hormuz, invloed houden op de olieprijzen en dus op de prijs aan de pomp.
Record voor Nederlandse benzineprijs, Rob Jetten grijpt nog altijd niet in
Ondanks de oplopende kosten en de kritiek vanuit de sector ziet Rob Jetten vooralsnog geen reden om de accijnzen te verlagen. Volgens hem zijn de huidige maatregelen en afwegingen voldoende, ook al neemt de druk vanuit automobilisten en ondernemers toe. Daarmee lijkt een snelle prijsdaling voorlopig niet in zicht, en blijft tanken in Nederland aanzienlijk duurder dan net over de grens.
