Wanneer het politieke wereldnieuws even stilvalt, verschuift de aandacht in Nederland opnieuw naar de groeiende zorgen over het gezag op straat. Hulpverleners en agenten krijgen steeds vaker te maken met agressie, bedreigingen en zelfs vuurwerk dat hun kant op wordt gegooid. Recente ongeregeldheden in onder meer de Haagse Schilderswijk na het verlies van Marokko in de Afrika Cup worden daarbij vaak genoemd als voorbeeld. Volgens ingewijden mocht men zelfs van geluk spreken dat het om een nederlaag ging, omdat de onrust bij winst mogelijk nog groter was geweest. Feit is dat de politie openlijk werd uitgedaagd en het kat-en-muisspel gepaard ging met vuurwerk en confrontaties.
Voormalig politiebaas Sander Schaepman schoof hierover aan bij Nieuws van de Dag en schetste daar opnieuw een somber beeld. Volgens hem is er sprake van een gezagscrisis omdat verontwaardiging wel wordt uitgesproken, maar daadkracht uitblijft. Er zouden mensen op invloedrijke posities zitten die wél kunnen ingrijpen, maar dat niet doen. Tegelijkertijd ervaren agenten dat zij nauwelijks rugdekking krijgen wanneer zij in lastige situaties moeten handelen. De ruimte om op te treden voelt daardoor steeds kleiner, terwijl de druk op straat toeneemt.
Sander Schaepman trekt een lijn
Schaepman wijst erop dat dit leidt tot een gevaarlijke patstelling. Agenten willen soms harder optreden, bijvoorbeeld met middelen als rubberen kogels, maar vrezen dat zij na afloop zelf als daders worden neergezet als er iemand geraakt wordt. Hij verwijst daarbij naar eerdere maatschappelijke ophef, zoals rond de dood van een voortvluchtige fatbikedief die niet wilde stoppen voor de politie. De kern van zijn betoog: zolang regels, verantwoordelijkheden en steun voor agenten niet duidelijker worden vastgelegd, blijft het gezag wankel en zullen dit soort incidenten zich blijven herhalen. Sander aan het woord:
