De discussie over homo-acceptatie in Nederland is de afgelopen dagen opnieuw opgelaaid, nadat nieuw onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut een forse daling onder middelbare scholieren laat zien. Vooral onder jongens is de verandering groot: het aandeel dat positief tegenover homoseksualiteit staat, daalde tussen 2021 en 2025 van 40 naar 22 procent. Bij meisjes ging het van 78 naar 51 procent. Ook het gevoel dat homoseksuele of lesbische leerlingen op school openlijk over hun geaardheid kunnen praten, is afgenomen. Onderzoekers spreken daarmee van een duidelijke omslag na jaren waarin de acceptatie juist toenam.
De vraag waardoor die verharding ontstaat, is ingewikkelder dan één oorzaak. De invloed van sociale media en de zogenoemde _manosphere_ wordt wel nadrukkelijk genoemd. Daarin circuleren ideeën over mannelijkheid die regelmatig samengaan met vrouwonvriendelijke en lhbti+-vijandige opvattingen. Uit onderzoek van Ipsos I&O onder 246 docenten blijkt bijvoorbeeld dat 49 procent maandelijks of vaker vrouwonvriendelijke opmerkingen van jongens richting meisjes en lhbti+-leerlingen hoort. De Universiteit van Amsterdam onderzoekt inmiddels specifiek welke rol sociale media en de manosphere spelen; de resultaten daarvan worden in 2027 verwacht. Daarmee is het dus nog te vroeg om te zeggen dat de manosphere dé oorzaak van de dalende homo-acceptatie is, maar er zijn wel aanwijzingen dat online beïnvloeding een rol kan spelen.
Ziggy Krassenberg deelt afschuwelijke video: ‘Dit is hoe ik wordt behandeld op straat omdat ik homo ben’
Ook de rol van religie en migratie wordt momenteel veel besproken, maar daar is nuance belangrijk. Uit het UvA-onderzoek onder ruim 31.000 Nederlandse jongeren blijkt dat religieuze jongeren gemiddeld terughoudender tegenover lhbtiq+-onderwerpen staan, waarbij islamitische jongeren in dit onderzoek gemiddeld de meest terughoudende opvattingen hadden. Tegelijkertijd vonden de onderzoekers **geen significant verband tussen migratieachtergrond en lhbtiq+-opvattingen**. Het is daarom niet wetenschappelijk onderbouwd om de recente daling simpelweg toe te schrijven aan mensen uit andere culturen die naar Nederland zijn verhuisd. De onderzoekers wijzen juist op meerdere factoren, waaronder gender, algemene conservatieve opvattingen en religie. Bovendien vindt nog steeds 59 procent van de onderzochte jongeren dat heteroseksuele en homoseksuele mensen gelijkwaardig zijn.
Tegen die achtergrond krijgt de video van Ziggy Krassenberg een persoonlijke betekenis. Hij laat daarin beelden zien uit verschillende periodes van zijn leven, van zijn middelbareschooltijd tot nu, waarin hij op straat vanwege zijn geaardheid wordt uitgescholden en in één fragment zelfs wordt belaagd. Hij noemt dit zijn ‘dagelijkse realiteit’. De beelden zijn uiteraard geen representatief onderzoek naar de Nederlandse samenleving, maar ze maken wel zichtbaar hoe de dalende acceptatie zich voor sommige lhbti+’ers in het dagelijks leven kan uiten. Krassenberg heeft ook in eerdere interviews verteld over de haat en bedreigingen waarmee hij te maken kreeg. Zijn video zorgt daarmee voor een indringend persoonlijk perspectief op een bredere maatschappelijke discussie over de vraag waarom de acceptatie van homoseksualiteit, met name onder jongeren, de afgelopen jaren lijkt te zijn afgenomen.
