Fatbikers zijn in korte tijd niet meer weg te denken uit het Nederlandse straatbeeld. Waar ze ooit bedoeld waren voor zand, sneeuw en ruig terrein, worden ze nu vooral gebruikt om met hoge snelheid over fietspaden, stoepen en soms zelfs winkelcentra te scheuren. De brede banden mogen er stoer uitzien, maar ze gaan opvallend vaak samen met luidruchtig gedrag, ontbrekende verlichting en bestuurders die verkeersregels vooral als vrijblijvende suggesties zien. Het resultaat: opgetrokken wenkbrauwen en diepe zuchten bij medeweggebruikers.
De ergernis zit ’m niet alleen in het rijgedrag, maar ook in de houding. Fatbikes lijken een magneet voor jongeren die vinden dat remmen voor zwakkere verkeersdeelnemers optioneel is. Inhalen op haarbreedte, bellen dat niet werkt of juist agressief klinkt, en het idee dat een fietspad automatisch een racebaan is — het hoort er allemaal bij. Voeg daar het opgevoerde motorgeluid aan toe en je hebt het perfecte recept voor collectieve irritatie.
Ook fatbikers glijden uit!
En dan is daar nog de gladheid van de afgelopen dagen. Waar ervaren fietsers hun snelheid aanpassen, is er een nieuw winters fenomeen ontstaan: jochies op fatbikes die massaal onderuit gaan. De brede banden wekken misschien vertrouwen, maar op natte bladeren, ijs en bevroren stoeptegels blijkt bravoure geen grip te geven. Het straatbeeld wordt daardoor verrijkt met slippende achterwielen, verbaasde gezichten en fatbikes die ineens toch minder onverwoestbaar blijken. Een leerzaam schouwspel — vooral voor de toeschouwers.
