Youp van ’t Hek krijgt Gordon binnen 1 minuut boos: ‘Ik trap je urn de grond in!!!’


 

Gordon zegt dat hij na zijn enorme afvalrace een nieuwe Gordon is. De entertainer is naar eigen zeggen niet alleen tientallen kilo’s afgevallen, maar heeft door die verandering ook zijn diabetes achter zich gelaten. Hij zegt dat zijn vroegere stemmingswisselingen mede door zijn diabetes kwamen en dat hij daardoor sneller uit zijn slof kon schieten. Bij Renze krijgt die nieuwe Gordon meteen een flinke test, want uitgerekend Youp van ’t Hek zit tegenover hem en lijkt er alles aan te doen om hem uit zijn tent te lokken.

Renze haalt oude uitspraken van Youp over Gordon aan. Zo noemt Youp Gordons bezoek aan het graf van Whitney Houston “totaal aanstellerig gedrag” en noemt hij het een “aanfluiting en treurig”. Gordon blijft aanvankelijk opvallend rustig. Wanneer Renze de harde kritiek opnieuw voorleest, reageert hij slechts met: “Ja, je hebt het nu gezegd.” Ook als Youp vervolgens zegt dat hij zijn mening niet heeft veranderd, probeert Gordon zich niet zichtbaar op te winden.
 

Youp van ’t Hek krijgt Gordon binnen 1 minuut boos: ‘Ik trap je urn de grond in!!!’

 

Toch wordt de sfeer steeds scherper. Als het gesprek over Gordons nooit gerealiseerde stichting rond Whitney Houston gaat, reageert Youp droog met “En terecht”. Even later maakt Youp een grap over zijn eigen overlijden. “Als je bij mij maar niet aan m’n urn gaat zitten”, zegt hij. Gordon kan het vervolgens toch niet laten om terug te slaan met een typische Gordon-opmerking: “Die van jou stamp ik nog even de grond in.” De uitspraak zorgt voor gelach aan tafel, waarna Renze lachend reageert: “Daar ga je weer. Doe het nou niet! Doe het nou niet!”

Daarmee krijgt de confrontatie een bijna symbolisch einde. Gordon wil laten zien dat de oude Gordon, die volgens hem door zijn gezondheidsproblemen en stemmingswisselingen sneller explodeerde, verleden tijd is. Tegelijkertijd laat hij zich door Youp wel verleiden tot een stevige grap. Wanneer Renze daarna vraagt of hij kritiek tegenwoordig makkelijker naast zich neer kan leggen, antwoordt Gordon: “Ja, het staat hem toch vrij om te roepen en te zeggen wat hij wil? Dat mag ik ook.” En ondanks de botsing sluit hij opvallend vriendelijk af: “We kwamen elkaar net tegen en ik vind het eigenlijk best een heel aardige man.”